Van wie is de client?
juli 22, 2008
Met verwondering denk ik nog aan mijn oude leraar Nederlands. Zijn pensioen kwam al dichtbij. Wat deed hij een moeite om ons, jonge pubers, de beginselen van de Nederlandse taal bij te brengen. Keer op keer had hij geduld met ons. Nu pas besef ik, dat ik toen beter had moeten opletten. Ik was op zoek naar het de omschrijving van het woordje ‘ons’. Was dat nou een aanwijzend voornaamwoord? Was dat een lidwoord? Ik wist het niet meer. Mijn schoolboeken, met daarin aantekeningen van mijn oude leraar, brachten uitkomst: het is een bezittelijk voornaamwoord.
Bezittelijk…. eigenlijk is dat maar een beklemmend woord. Hoe vaak hebben wij het niet over onze cliënten, met de nadruk op het woordje ons. Het lijk wel alsof wij de eigendomsrechten hebben. Maar… hoe eigen de cliënt ook is, ons eigendom, ons bezit wordt hij absoluut niet. En hij zal het nooit worden ook. Het zou het einde van ons hulpverlenerschap zijn.
Het is een feit dat daar waar de principiële vrijheid van de ander het meest gerespecteerd zou moeten worden, dus in onze relatie van hulpverlener en cliënt, de bezitterigheid genadeloos kan toeslaan. Cliënten worden soms gewoonweg gevangen gehouden door hun begeleiders. Dit is een zeer ernstige schending van de menselijke rechten die een cliënt ook heeft.
Goede hulpverlening is die hulpverlening die ook vrijheid geeft. Cliënten zullen zichzelf alleen geven, zolang hun innerlijke kern, het centrum van hun identiteit, onaangetast blijft. Op deze manier ontstaat er ook een basis voor een goede begeleiding en een goed contact met de client. Hulpverleners die hun client willen bezitten zullen deze gegarandeerd verliezen.
2005 JP
Entry Filed under: Vraagsturing. .
Trackback this post | Subscribe to the comments via RSS Feed